• De stijlen :

    Stijlen

    In volgende balkjes kan je een aantal stijlen voor bonsaï bekijken.

    Dit zijn niet alle stijlen of mogelijkheden, maar een greep uit de meest voorkomende.

     

  • Bezemstijl (Hokidachi)

    De bezemstijl is geschikt voor loofbomen met fijne ­vertakkingen zoals
    bvb een ”Zelkova” .

    De stam is redelijk recht en loopt niet door tot de top;

    hij vertakt op ongeveer 1/3 van de hoogte in alle richtingen.

    Op deze manier ­ontstaat een bolvormige kruin.

    Deze stijl kan in de winter erg mooi zijn.

    De bezemstijl moet perfect symetrisch zijn.

  • Rechtopgaand (Chokkan)

    De rechtopgaande stijl is een veel voorkomende Bonsai vorm.

    In de natuur komt deze stijl veel voor op lichte plekken waar de boom geen invloed heeft van andere bomen. In de rechte stam moet een verjonging te zien zijn, de stam is onder ­dikker dan aan de top (taps). Op ongeveer 1/4 van de stamlengte groeien de eerste zijtakken. De top vormt zich meestal door een tak, de stam loopt dus niet helemaal tot het einde door.

  • Gekronkeld opgaand (Moyogi)

    Ook de kronkelend opgaande stijl (vrije vorm) komt veel voor, zowel bij Bonsai bomen als in de natuur. De stam loopt kronkelend naar boven en bij elke buitenkant  “bocht” groeit een vertakking.

  • Hellend (Shakkan)

    Vanwege een overheersende windrichting zal in de natuur soms een boom naar één kant hellen. Bij Bonsai moet de hellende stijl dan best een hoek maken van ongeveer 60 tot 80 graden. De wortels zijn aan een kant goed ontwikkeld en houden zo de boom staande. Aan de kant, waar de boom naar overhelt, zijn de wortels iets minder ontwikkeld. De eerste tak groeit tegen de schuine richting in om zo het evenwicht te bewaren. De stam mag zowel recht als licht gebogen zijn, maar moet aan de top wel dunner zijn dan onder aan de stam.

  • Cascade (Kengai)

    Een boom die in de natuur op een steile wand groeit, kan door diverse factoren, diep doorbuigen en zo als het ware naar beneden groeien. Bij Bonsai is het vrij moeilijk om naar beneden groeiende bomen gezond te houden, omdat de groeirichting tegen de zwaartekracht ingaat. Cascade Bonsai worden geplant in hoge potten. De stam loopt eerst omhoog maar buigt al snel af naar beneden.
    De “top” groeit meestal nog boven de pot, maar de overige vertakkingen zitten afwisselend links en rechts aan de naar beneden groeiende, kronkelende stam. Deze vertakkingen moeten horizontaal groeien, om zo een goed evenwicht te houden.

     

  • Semi cascade (Han-Kengai)

    De Semi-Cascade stijl is, net als de cascade stijl, in de natuur te vinden op steile rotsen, maar ook langs oevers van rivieren en meren.
    De stam loopt vaak eerst iets omhoog maar buigt dan af naar beneden, maar zal nooit onder de pot uitkomen.

    De “top” groeit nog boven de pot maar de overige vertakkingen zitten verder naar beneden.

  • Literati (Bunjingi)

    De Literati vorm is hèt voorbeeld van bomen die moeten vechten voor hun bestaan. In de natuur komen dit soort bomen voor op plekken waar de concurrentie van andere planten zo zwaar is dat de boom alleen kan overleven door boven alle andere bomen uit te steken. De stam loopt in een woeste kronkel naar boven en is verder kaal omdat alleen bovenaan genoeg zonlicht komt.Om Literati Bonsai er nog ruwer uit te laten zien worden takken van hun schors ontdaan (Jin) of word een stuk van de stam kaal gemaakt (Shari).

    De bomen worden vaak in heel kleine, ronde, potten geplant.

  • Windegestriemd (Fukinagashi)

    Ook de windgestriemde stijl is een goed voorbeeld van bomen die moeten vechten voor hun voortbestaan.

    Alle takken en ook de stam groeien naar één kant, alsof de boom voortdurend door de wind in dezelfde richting wordt geblazen. De takken groeien afwisselend links en rechts aan de stam, maar ze buigen uiteindelijk allemaal naar één richting.

  • Dubbelstam (Sokan)

    In de natuur is de dubbelstam een veel voorkomende vorm, maar bij Bonsai wordt deze stijl niet heel veel gezien.

    Meestal groeien uit één wortelhals twee stammen, maar het is ook mogelijk dat de kleinere stam vlak boven de grond uit de hoofdstam groeit.

    De stammen verschillen duidelijk in dikte en grootte: de dikke en meest ontwikkelde stam groeit recht omhoog, maar de smallere stam groeit ietwat schuin af van de hoofdstam.

    Beide stammen vormen een gezamenlijk bladerdak.

  • Multistam (Kabudachi)

    In feite is de multistam-stijl hetzelfde als de dubbelstam-stijl, alleen nu uitgevoerd met 3 of meer stammen. De stammen groeien allen uit één wortelhals en het is dus één boom.

    De stammen hebben een gezamenlijk bladerdek, waarin de dikste en meest ontwikkelde stam de top vormt.

  • Woud of Groepsbeplanting (Yose-ue)

    De woud-stijl lijkt erg op de multistam-stijl, maar een belangrijk verschil is dat een woud is opgebouwd uit aparte bomen die samen een groep vormen. De dikste en grootste bomen worden meer naar het midden van de, vaak grote maar platte, potten geplaatst. Aan de zijkanten worden de wat kleinere bomen geplant om zo een gezamenlijk bladerdak te creëren.De bomen moeten gevarieerd geplaatst worden, er mogen dus geen bomen op een lijn staan. Op deze manier oogt het woud veel natuurlijker.

  • Groeiend op een rots (Seki-joju)

    Op rotsachtige bodems zijn bomen genoodzaakt om met hun wortels “op zoek te gaan” naar vruchtbare grond dat zich in spleten en holten heeft verzameld. De wortels liggen bloot over de rotsen, waardoor ze zich zullen moeten beschermen tegen de zon: er groeit een laag schors om ze heen, zodat ze er uit gaan zien als de stam zelf. Bij de Bonsai stijl groeien de wortels over een steen in een pot, waardoor de verzorging ervan niet verschilt met andere stijlen. De boom die op de rots groeit kan in alle stijlen worden gevormd, maar een rechtopgaande of een bezemstijl oogt minder natuurlijk.

  • Groeiend in een rots (Ishisuki)

    Bij deze stijl groeit de boom in spleten en holten van een rots, de wortels groeien dus niet óver de rots naar een pot of schaal. Dat betekent dat er slechts een zéér kleine ruimte is voor de wortels om zich te ontwikkelen en om voedingsstoffen op te nemen. Bomen die in rotsen groeien zullen daarom nooit gezonde en snel groeiende planten zijn, je moet kunnen zien dat de boom moet vechten om te overleven. Regelmatig bewateren en bemesten is erg belangrijk omdat de opslagcapaciteit van de grond in de rots zeer beperkt is. De rots waar de Bonsai in groeit wordt vaak in een zeer platte schaal (gevuld met water of grind) geplaatst.

  • Vlotstijl (Ikadabuki)

    Soms kan een omgevallen boom in de natuur overleven door de zijtakken omhoog te richten. Het oude wortelgestel is dan nog net in staat om deze takken te voorzien van genoeg voedingsstoffen. Na een tijd groeien aan de onderkant van de gevallen stam nieuwe wortels uit, die uiteindelijk de functie van het oude wortelgestel overnemen. De oude zijtakken die naar het licht toe (omhoog) groeien ontwikkelen zich dankzij de groeiende bouwstoffen stroom uit het nieuwe wortelgestel en worden zo groter en dikker: de vlotstijl is ontstaan.

    De nieuwe stammen vormen na een tijd een gezamenlijk bladerdek, net zoals de Yose-ue stijl. Het is bij de vlotstijl wel de bedoeling dat je kunt zien dat alle stammen ontspringen uit één liggende “stam”.

  • Shari of doodhout (Sharimiki)

    Bij bijvoorbeeld Jeneverbessen ontstaan in de loop der tijd soms kale (ontschorste) plekken op de stam. Meestal beginnen deze plekken onderaan bij de wortelstam en lopen ze omhoog terwijl ze geleidelijk smaller worden. De felle zon bleekt deze kale stukken van de stam zodat ze een erg karakteristiek deel van de boom vormen. Bij Bonsai zal de schors van de stam verwijderd en behandeld met kalkzwavel zodat het bleken sneller gaat, dit noemt men Shari.

Lid van de VBV Vlaamse Bonsai vereniging