Verpotten.

 

Hoe vaak?

Het hangt niet alleen af van de boomsoort hoe vaak en wanneer er verpot moet worden, maar ook van de grootte van de pot, de gezondheid van de boom en zijn leeftijd. In regel moet er één keer om de 2 jaar verpot worden in de vroege lente. Controleer echter eerst het wortelstelsel van de boom om te bepalen of het ook echt nodig is. Je moet pas verpotten wanneer de wortels rond de kluit groeien omdat er geen ruimte meer is in de pot.

 

Wanneer?

Voor de meeste bomen is de beste periode voor het verpotten vlak voordat de boom in de lente gaat uitlopen. Op die manier beperk je de schade, die veroorzaakt wordt door het verpotten tot een minimum omdat de boom nog geen volledig bladerdek hoeft te onderhouden. Eventuele beschadigingen worden dan ook meteen gerepareerd wanneer de boom begint aan zijn lentegroei.

 

Het grondmengsel.

Het gebruik van de juiste grondmix is heel belangrijk.

Naaldachtigen gedijen het best in een luchtige grondmix die het water goed doorlaat en loofbomen prefereren een grondmix die wat voedzamer is.

  • Akadama is een luchtige kleisoort die heel veel gebruikt wordt voor bonsai.
  • Fijn grind of split zijn kleine kiezeltjes met een afmeting van ongeveer 2 mm. Vaak kun je kiezen tussen ronde en schijfvormige kiezeltjes. De schijfvormige zijn het best omdat ze het grondmengsel luchtiger maken.
  • Kiryu is een substraat met een lage PH-waarde en is extra goed water doorlaatbaar.
  • Verder kan je ook gebruik maken van Kanuma dat heel goed geschikt is voor zuurminnende planten zoals Azalea’s.
  • Keto is een zwarte kleisoort die gebruikt wordt om bonsai op rotsen te planten.
  • Bims is puimsteen en eventueel geschikt voor naaldbomen.

 

Hoe?

Haal de boom voorzichtig uit de bestaande pot zodat het wortelstelsel geheel intact blijft. Zit de boom vast in de schaal, dan kan een wortelhaak goed van pas komen.

Haal het zand en de grond tussen de wortels weg met een wortelhaak (liefst met 1 tand) zonder de wortels te zwaar te beschadigen. Bij het verpotten van naaldbomen is het noodzakelijk om niet al het zand uit de kluit te verwijderen om de bodemflora te behouden (vorm van witte schimmel die de boom nodig heeft).

Snoei de hoofdwortels die recht naar beneden groeien zodat er een krans van wortels ontstaat. Op deze manier ontwikkelt de boom een mooiere wortelhals. Verder mogen alle te lange wortels ook worden gesnoeid.

De onderlaag van de pot (ongeveer 1/5 van de pot) mag bestaan uit split om te zorgen voor een goede afwatering en beluchting. Bovenop deze laag komt dan de voorbereide grondmix.

Plaats de boom nu in de pot op de juiste positie en maak hem vast met draad.

Vul de pot nu verder op met de grondmix en zorg ervoor dat de grond overal komt en er geen holten ontstaan (gebruik hierbij een eetstokje).

Begiet de boom overvloedig totdat er klaar water onder uit de pot stroomt.

Om erosie en verdroging tegen te gaan kun je wat mos op het grondoppervlak laten groeien.

 

En dan?

Plaats de boom minstens twee maanden in de schaduw en uit de wind en let er goed op dat de boom niet uitdroogt nu hij minder wortels heeft. De boom hoeft ook gedurende een 3-tal weken niet te worden bemest.

Lid van de VBV Vlaamse Bonsai vereniging